13. Herstel en Terugloop (1945-1967)
Onder voorzitterschap van tandarts P.H. Buisman hervatte het bestuur van Physica in de zomer van 1945 de werkzaamheden. In de oorlog waren drie leden overleden, van wie één (Oostinga) door de Duitsers als gijzelaar was doodgeschoten. Maar telling leverde voor het seizoen 1945-1946 niet minder dan 78 leden op. Dat was dus niet het probleem. Er werden zes lezingen gepland voor het winterseizoen.
De eerste lezing vond plaats op 12 oktober 1945. Deze werd ingeleid door Buisman zelf die in het kort de oorlogsgebeurtenissen memoreerde en de drie overledenen herdacht. Voor lezingen was er kennelijk genoeg materiaal, maar verder had Physica niets en de betaling van de sprekers moest dus uit de lopende middelen plaatsvinden. Dat leidde in 1947-1948 tot een tekort van 190 gulden, waarmee ook de in de loop van de jaren opgebouwde reserve werd opgesoupeerd.
Toch werd in 1948 alweer de eerste excursie, naar het Openluchtmuseum in Arnhem, georganiseerd.
In 1948 kreeg Physica van de overheid ook een vergoeding voor de geleden oorlogsschade. Op een geblokkeerde rekening, waarvan alleen vervangende zaken mochten worden gekocht, werd Fl. 820,– gestort. Maar wegens de beperkingen kon dit niet worden gebruikt voor lopende zaken. Dus ging ook de contributie omhoog naar vijf gulden. Dat ging niet ten koste van het ledental, want dat steeg juist naar 96 in 1950. Van de schadevergoeding werd in 1950-1951 voor liefst Fl. 517,55 aan boeken gekocht. Die keuze geeft wel aan, dat Physica beslist niet meer de bedoeling had om op grote schaal proeven te houden. Het grotere ledental laat ook zien, dat het nu meer kon gaan om passieve luisteraars en niet – zoals in 1813 bedoeld – om actieve sprekers en wetenschappers. In 1952 dreigde de overheid het restant van de schadevergoeding terug te vorderen. Maar door een handigheidje wist men de laatste 99 gulden op de gewone rekening bij de Nutsspaarbank te plaatsen.
De stukken van Physica en kennelijk ook de aangeschafte boeken kregen een plaats in het gebouw van de Rijks HBS en pas in 1964 besloot de nieuwe secretaris, mevr. E. van Lidth de Jeude-Van Wely, om de archiefstukken van daar naar huis te halen.
Omdat Physica zich nu richtte op lezingen en excursies, was er niet zozeer meer de behoefte aan een vergaderlokaal als wel aan een grote zaal. Die vond men in 1945 in Hotel Telkamp aan de Veemarkt en vanaf 1953 in De Beurs. Voor een kleine vereniging als Physica was de tien gulden zaalhuur, die de eigenaar van Hotel Telkamp vroeg, duidelijk te veel. Wat later keerde men vanuit De Beurs weer terug naar Telkamp, waar de vaste basis bleef tot de sluiting van het hotel in 1973.
Qua ledental was er met Physica niets mis. Het bleef rond de tachtig schommelen. En in 1960 traden zelfs twee jeugdleden toe. Voor Jaap Spies en Mattie Wielders werd de jeugdcontributie vastgesteld op drie gulden per jaar. Toch lijkt het er niet op, dat er veel meer jeugdleden kwamen. Wel kon men in de jaren vijftig drie ereleden benoemen, omdat ze vijftig jaar lid waren. Dat waren dr. J.J. Vermet in 1957, jhr. mr. E.J.J. van Lidth de Jeude in 1957 en M. te Broek in 1958.
Het 150-jarig bestaan in 1963 leverde niet het spektakel op van de eerdere jubilea. Hoogtepunt was nu een feestexcursie op zaterdag 21 september naar Haarlem. Dat de vereniging daar natuurlijk naar Teijlers ging en thee dronk bij Kraantje Lek, lag meer in de lijn van de traditie. De leden hadden overigens flink in de buidel getast. Het feestcomité kreeg liefst 311 gulden aan extra bijdragen binnen.
Na het jubileum trad er een kentering in. Net als bij andere verenigingen die vooral van lezingen bestonden, werd de concurrentie van de televisie merkbaar. Het ledental daalde naar 63 in 1968 en – wat erger was – van hen kwamen er maar weinig naar de lezingen. In 1967 werd serieus overwogen om de Vereniging Physica op te heffen.