“De kunst wedijvert met de natuur” – in het Latijn “Ars Aemula Naturae”.
Het is de zinspreuk van het Tielse Natuurkundig Gezelschap Physica, dat – anderhalf jaar na de oprichting van het Tielse Nutsdepartement – op 30 juli 1813 het licht zag. Gedurende de negentiende eeuw werd de leuze zelfs meer gebruikt dan de naam Physica. En dat mag toch wel opmerkelijk heten. Eigenlijk is de spreuk het tegenovergestelde van de zinspreuk, waaronder de beroemde Amsterdamse dierentuin ontstond. “Artis Natura Magistra” – “De natuur is de leermeesteres van de kunst”. In Nederland is er nog één genootschap, dat dezelfde zinspreuk hanteert als het Tielse Physica en dat is de Leidse kunstenaarsvereniging Ars Aemula Naturae uit 1799. En daar lijkt de spreuk wel gepast: de kunstenaars streven met hun inzet naar een evenaren van de natuur.
Hoe het ook zij: het Tielse gezelschap Physica wilde van meet af aan een gezelschap zijn, dat natuurkundige verschijnselen besprak en verklaarde. Niet -zoals de Leidse -kunstenaars. Met name in de negentiende eeuw lid betrof het in Tiel heel serieuze lieden. Maar kijken we daarbij de bijeenkomsten en vooral de lustra, dan was Physica misschien juist voor deze heren wel de plaats, waar men het masker van ernst kon laten vallen en onder gelijkgestemden de draak kon steken met die o zo serieuze natuurwetenschappen. Mogelijk is dat de reden, waarom de heren een zinspreuk kozen die het primaat bij de kunst en niet bij de natuur legt.
Of zouden ze zich gewoon hebben vergist?