Skip to main content
Physica Tiel

03. De oprichting van Physica

Litho van de Waterpoort met links daarvan het pand, waar Physica in 1813 werd opgericht Collectie N. Verweij, Utrecht
De oprichting van Physica

Het initiatief tot de oprichting van Physica ging uit van de plaatselijke apotheker P.J. Campagne (1784-1860). Hij was in deze periode één van de weinige Tielenaren met een specifiek exact beroep. Dat hij behoefte zal hebben gehad aan enigermate gelijkgezinden ligt voor de hand. In de eerste helft van 1813 kwam Campagne diverse malen bijeen met drie andere heren. Dat waren mr. E.D. Rink, rechter aan de “rechtbank van eerste aanleg” (later beter bekend als Arrondissementsrechtbank) in Tiel, ds. H. Timmers, predikant in de beide Avezathen, en Th.G. van Lidth de Jeude (1788-1863), bioloog en bewoner van de Hof van Arkel.
Gezien de opleiding van de eerste twee gespreksgenoten kan bepaald niet van een groep exacte wetenschappers worden gesproken. Maar meer dan nu was het gebruikelijk, dat mensen zich qua belangstelling bezighielden met andere wetenschappen dan waarin ze opgeleid waren. Hoe dan ook: de natuurwetenschappen stonden door recente ontwikkelingen (zoals kennismaking met stoomkracht en elektriciteit) bijzonder in de belangstelling en het was dit vakgebied, waarvoor de heren een gezelschap wilden vormen. Het idee was overigens niet uniek. Vanaf 1769 waren er diverse gelijksoortige gezelschappen en genootschappen ontstaan.

Na een grondige voorbereiding werden geschikt geachte mensen uitgenodigd voor een oprichtingsvergadering. De genodigden behoorden ongetwijfeld tot de kennissenkring van de vier initiatiefnemers en werden geselecteerd op hun belangstelling. Er zou immers heel wat van hen worden verwacht. Op 30 juli 1813 trof men elkaar in het Koffiehuis naast de Waterpoort. Dit door kastelein Huibert Willem van Kuik uitgebate koffiehuis (later De Harmonie genoemd) was toen vooral de plaats, waar de beter gesitueerden van Tiel bijeen plachten te komen. Hier was bijvoorbeeld ook in 1764 de Groote Sociëteit opgericht.
De vergadering besloot een gezelschap op te richten onder de zinspreuk Ars Aemula Naturae met als doel om door nuttige voorlezingen, proeven en gesprekken zich onderling in de kennis der natuur te oefenen. De gedachte was dus eenvoudig: de aanwezigen zouden hun opgedane kennis met elkaar delen en er dan over discussiëren. Uitdrukkelijk werd bepaald, dat het alleen zou gaan om natuurkundige wetenschappen. Toch zou in de loop van de tijd blijken, dat ook andere kennis en vaardigheden gewaardeerd werden. Campagne was bijvoorbeeld ook vermaard en geliefd als dichter, waarmee hij menige Physica-avond opvrolijkte. Het gezelschap zou elke vrijdag voor volle maan bij elkaar komen en wel om 18.00 u. precies. Van het “Tiels” (of hoe het elders heten moge) kwartiertje hield men niet; het was immers een exact gezelschap. De contributie was niet gering, liefst vijf gulden per jaar. De bedoeling was om met dat vele geld op den duur een collectie natuurkundige voorwerpen te verwerven.
Het aantal leden werd bepaald op precies twintig. Lid kon men alleen worden op uitnodiging. Daaraan ging een grondige ballotage vooraf. Kwaliteit leek noodzakelijk. De leden moesten namelijk om beurten een voordracht houden.
Tenminste elke twee jaar moest elk lid dus iets bijzonders kunnen bieden! Het lidmaatschap was een zware verplichting en een rigoureus boetestelsel verhinderde leden om zonder reden de bijeenkomsten te verzuimen. Aangenomen mag worden, dat ieder lid thuis een almanak had en daarmee de vergaderdata tijdig kon weten.
De eerste voorzitter werd mr. E.D. Rink. Het secretariaat zou gaan naar Van Lidth de Jeude. Deze heeft dat echter nooit bekleed. Al direct nam Campagne deze kerntaak over en hij zou hem 45 jaar lang vervullen.