dr P.H. Tydeman, rector van de latijse Schhol van 1824 tot 1868. Collectie Gemeente Tiel
De wijze van bijeenkomen bleef tientallen jaren dezelfde. Meestal werden er serieuze onderwerpen aan de orde gesteld, maar soms kan men zich dat afvragen. Wat te denken van “Eenige scheikundige bewijzen voor het bestaan van spoken” en “Het bestaan van den Eenhoorn”? Dat zijn enkele van de vele tientallen door Campagne genoemde titels van voordrachten. Meermaals lijkt de kunst het bij Physica toch werkelijk van de natuurwetenschappen te hebben gewonnen.
Wel heel sterk lijkt dat het geval te zijn geweest bij de zonsverduistering op 7 september 1820. Om drie uur ’s-middags zou er in het hele land een totale eclips te zien zijn. Uiteraard was dit een hoogtepunt in het bestaan van een Natuurkundig Gezelschap. Na een zonnige morgen betrok de hemel rond het middaguur echter en toen de heren van Physica bijeen kwamen zagen zij alleen wolken, waar maar eenmaal vaag de zon doorheen te zien was. Weinig spectaculair dus en eigenlijk een enorme teleurstelling. Zo niet voor de verzamelde heren. Zij kwamen na de verduistering bijeen in hun vergaderlokaal, waar een maaltijd lonkte. Trots kon men constateren, dat de berekeningen van mr. E.D. Rink, die precies het tijdverschil van de verduistering tussen Amsterdam en Tiel had berekend, volkomen juist waren.
Vervolgens las dominee Specht Grijp – alsof men al op de mislukking voorbereid was – een dichtstuk voor, waarin geconstateerd werd, dat men nu minstens even reikhalzend naar de meerbaars uit zag als men het maanden naar de eclips had gedaan. Ook Spiering vergeleek op boertige wijze de eclips met het feestmaal. Campagne liet vervolgens in zijn fantasie Newton en Euler met elkaar discussiëren. Spiering zocht het in de mythologie en zo ging het door. Toen men door de inspiratie van de zonsverduistering heen was, wist men de heer Tilanus over te halen een gedicht over zijn Kleefse reis op te halen en voor te dragen. De avond eindigde met het uitspreken van de verwachting, dat allen bij de zonsverduistering van 1847 weer ter plaatse zouden zijn. En daarmee eindigde midden in de nacht “eene Eclipswaardige maaltijd”. Het zien van de eclips had de heren niet blijer kunnen maken.