
09. Het laatst van de negentiende eeuw

De vestiging van een HBS in 1870 en van een gymnasium in 1888 zorgde ervoor, dat er in Tiel meer personen dan ooit tevoren kwamen wonen die in de natuurwetenschappen geschoold waren. Leraren van deze scholen zouden een vast deel gaan uitmaken van het ledenbestand van Physica. Eén van de meest markante personen was Louis van Zanten. Hij was leraar aan de HBS en directeur van de Burger Avondschool en al spoedig één van de meest actieve leden. Ook de eerste HBS-directeur, dr. N. van der Wal, was een zeer actief lid, maar hij woonde slechts zes jaar in Tiel, van 1870 tot 1876.
Van Zanten bleef de stad langer trouw: van zijn komst in 1871 tot kort voor zijn dood in 1911. Bekend van hem is een vertaling van de Engelse roman Flatland (Platland) over een tweedimensionale wereld. Hij zal hierover ongetwijfeld in de vergadering van Physica hebben gesproken.
Het meest markante lid was wel de opvolger van Campagne als apotheker, de heer N. Verweij. In de vergadering van 11 januari 1884 verraste hij de leden met een lezing over een nieuwe door dr. M. Müller in Braunschweig vervaardigde manier van etsen van glas. Als herinnering aan deze lezing kregen alle leden een glas cadeau, dat was voorzien van de zinspreuk van Physica. Verweij was naast apotheker ook firmant van de fabriek van Verweij en Spoorenberg aan de Tielsche Weg. Hij was in de jaren negentig de eerste in Tiel met een telefoon. Die werd (in 1894) in de vergadering van Physica gedemonstreerd in het Spaarbankgebouw aan de Sint-Agnietenstraat. Van de ene kamer naar de andere werd tijdens de bijeenkomst een lijn gelegd en de leden konden zó kennis nemen van dit vernuftige communicatiemiddel.
In het Spaarbankgebouw gebruikte Physica sinds 1887 de kleine zaal voor haar bijeenkomsten. Sinds 1870 was de amanuensis van de HBS, de heer J. Mertens, de bode van het gezelschap. De opstelling bij de bijeenkomsten was echt een vergaderopstelling, dus de bijeenkomsten werden niet zozeer als lezingen, maar meer als discussies beschouwd. In de lengterichting van de zaal stond een lange tafel. Daaraan zaten aan weerszijden de leden. Zij hadden hun plaatsen in volgorde van anciënniteit. De oudste leden zaten het dichtst bij het spreekgestoelte, dat aan het hoofd van de tafel was geplaatst. Nieuwe leden schoven aan het einde van de rij aan. Pas in de loop van de jaren kwam men ‘hogerop’, d.w.z. men kwam dichter bij het katheder terecht. Natuurlijk werd er flink gerookt. De oudere leden gebruikten nog tot tegen 1900 een lange Goudse pijp. Jongeren namen al jaren genoegen met een gewone korte pijp. Inmiddels was het begintijdstip opgeschoven naar 20.00 u., onmiskenbaar een tegemoetkoming aan leraren als Van Zanten die ook aan een avondschool les gaven. Het aantal bijeenkomsten was vastgelegd op acht per jaar. Wie zonder goede reden niet verscheen, betaalde zoals eerder gezegd een boete van zestig cent. Dat bedrag was niet willekeurig gekozen. Het was namelijk de prijs van een halve fles wijn en dat was precies de hoeveelheid wijn die de leden tijdens de vergadering gebruikten. Anders gezegd: thuisblijvers mochten geen financieel voordeel hebben! Hoewel Tiel inmiddels veel beter bereikbaar was geworden door de aanleg van een spoorlijn in 1882, kwamen er maar weinig sprekers van buiten de stad. Hooguit twee per jaar. Men moest immers toch bijna altijd een hotelovernachting voor hen betalen, want het was vrijwel onmogelijk om na 22.00 u. nog huiswaarts te reizen. Wat volstrekt nieuw was, was de excursie. Uiteraard was dat nog iets heel bijzonders. Bekend is, dat de leden ergens rond 1900 met de Postiljon naar Nijmegen voeren. Zij hadden de boot geheel afgehuurd en die was tenslotte voor de dertien deelnemers veel te groot. Dat leverde bij aankomst nogal wat spottende opmerkingen op van Nijmeegse straatjongens.
De secretaris bleef de dragende kracht in de vereniging. Vanaf 1858 was dat eerst dr. J. Brune en daarna volgde dr. F.Th. Küthe. Na diens overlijden werd E.J. Bomli in 1896 secretaris, maar zijn plaats werd spoedig ingenomen door A. Landman. Diens vertrek naar Winterswijk in 1907 werd door de leden van Physica bijzonder betreurd, want hij was zeer inventief in het organiseren van avonden. Hij was waarschijnlijk ook degene die een projectielantaarn voor de vereniging kocht. Steeds meer werden er dan ook plaatjes getoond in plaats van dat er proeven werden gedemonstreerd.