Het apothekershandboek van P.J.Campagne Collectie E. Smit, Tiel
De gewoonten bij Physica veranderden niet heel veel. Pas als er een plaats vrij kwam, kon een nieuw lid worden aangenomen. En dan nog waren drie “zwarte bonen” (tegenstemmen) voldoende om iemand af te wijzen. Kennelijk was het aanbod van kandidaat-leden zo groot, dat men tenslotte in 1823 besloot om het maximum aantal leden op 24 te brengen. En de ballotage werd versoepeld; pas bij zes tegenstemmen – dus een kwart van het totaal – werd iemand afgewezen. In diezelfde tijd werd het tijdstip van de zomervergaderingen gewijzigd van 18.00 u. naar 19.00 u. Enkele leden konden het vroege tijdstip niet meer met hun beroepsverplichtingen combineren.
Physica had drie bestuursleden, waarvan er jaarlijks twee rouleerden. Daarom was de functie van de secretaris-penningmeester buitengewoon belangrijk. Die positie werd van 1813 tot 1858 bekleed door apotheker P.J. Campagne. Hij was het die in zekere zin Physica droeg. Hij moest steeds controleren, of ieder zijn plichten nakwam en tevens de voordrachten coördineren. Daarbij viel hij regelmatig terug op een kleine vaste kern van intellectuelen. Zo was vanaf 1824 de rector van de Latijnse school (de voorloper van het gymnasium) Petrus Hermannus Tydeman een vast terugkerende spreker.
Bovendien was het stelsel van ballotage er ook de oorzaak van, dat leden van het Gezelschap Physica ook in politiek opzicht elkaars vrienden en kennissen waren. Het waren vooral de liberalen, de aanhangers van Thorbecke die ook binnen Physica de boventoon voerden. Niet geheel onlogisch, want het liberalisme wortelde net als de belangstelling voor de natuurwetenschappen toch nadrukkelijk in de Verlichting.
Het is niet duidelijk, of de gevorderde leeftijd van Campagne ermee te maken had, dan wel of de leden van Physica niet voldoende gelijkgestemden vonden, het ging vanaf 1840 minder goed met de vereniging. Het aantal leden daalde gestaag. In 1856 waren er nog maar dertien leden over. Wel gingen de maandelijkse bijeenkomsten gewoon door. Maar het werd tijd voor en frisse wind. Bij het negende lustrum in 1858 werd Campagne niet alleen gehuldigd, hij nam bij die gelegenheid ook afscheid als secretaris. Dr. J. Brune volgde hem op.